Logistieke pareltjes

‘Met Evert’. De man, die ik nu aan de telefoon heb, lijkt niet gewend om de telefoon op te nemen. De verkoper, die ik daarvóór aan de lijn had, heeft mij naar hem doorverbonden met als introductie: ‘Ik geef u één van onze Technisch Specialisten.’ De Evert die ik aan de lijn krijg, werkt, zo te horen aan het achtergrondgeluid, in het magazijn.

 

‘Héé, hallo Evert’, antwoord ik, ‘Hoe gaat het?’ Ik hoop dat ik hem daarmee op z’n gemak stel.

Hij ontspant hoorbaar: ‘Goeiemiddag, tijd geleden zeker?’

‘Nou joh, zeg dat wel, dat is een hele tijd geleden. Zo blij dat je er nog bent, man!’

‘Ach wijffie’, zegt hij, ‘waar ik zou ik heen moeten?’

‘Ben je gek, Evert, een man als jij, die kan overal terecht, zeker in deze tijd, reken maar!’

Hij lacht: ‘Wat kan ik voor je doen, wijffie?’

 

‘Ik heb een vraag Evert, ik zit op jullie site en heb net witte lak uitgezocht, je weet wel, die hoogglans van Sikkens.’

‘Ja, lekker is die hè?’

‘Zeker, een feest om mee te schilderen, altijd al geweest. En bij jullie is hij altijd goedkoop, dus je weet het: ik kom keer op keer weer een blik bestellen.’

Hij wacht: dit is kennelijk bekend terrein voor mij, dus dat kan nooit mijn vraag zijn.

 

Ik vervolg: ‘Maar nu is mijn grondverf op en op jullie site staan er twee, beide van Sikkens. Nu weet ik niet welke ik het beste kan bestellen.’

‘Wat ga je schilderen, wijffie?’

‘Mijn erker, uit 1934, grenen en hij harst nog, dus voorlopig kan hij nog wel een paar jaar mee.’

‘Ja, onverwoestbaar, dat oude grenen. Is nu niet meer te betalen. Trouwens: iedereen wil kunststof of hardhout. Alsof dat geen onderhoud nodig heeft. Maar luisteren ze naar mij? Nee hoor.’

 

‘Domme mensen’, zeg ik. ‘Nou ik luister wel naar jou hoor, Evert. Welke van de twee kan ik beter nemen?

‘Is die erker helemaal kaal, wijffie? Of zit er nog grondlak op? Of misschien nog die hoogglans van de vorige keer?’

‘Beetje van beide: er zijn maar een paar plekken kaal en dan heb ik nog een paar plekjes die ik moet repareren, maar voor de rest ziet hij er nog best aardig uit. Dat wil ik graag zo houden, snap je?

Hij begrijpt het: ‘Ik zou die goedkopere bus nemen; prima grondverf, smeert lekker uit en dekt goed.’

 

‘Hartstikke fijn, Evert, dan ga ik die bus bestellen. Reuze bedankt voor het advies en het gezellige gesprek.’

‘Ik ga hem alvast pakken…’, hoor ik. Ja hoor, Evert werkt dus in het magazijn, wat ik al dacht.

‘Mooi, dan ga ik gelijk verder met bestellen. Nogmaals bedankt en een mooie dag, Evert.

En tot de volgende keer’.

‘Succes hoor, wijffie,’ klinkt het nog.


Glimlachend denk ik aan een van de eerste keren dat ik zo’n magazijnmedewerker aan de lijn had. Dat zal in 1990 zijn geweest. Mijn nieuwe keuken was pas een paar jaar oud toen het afdichtknopje van de piëzo-elektrische vonkontsteking het begaf. Met enige moeite kreeg ik het telefoonnummer van de fabrikant van die gaskookplaat te pakken en na talloze keren doorverbinden kreeg ik ‘Nico’ aan de telefoon. Dat gesprek week niet veel af van dat met Evert zojuist. Inclusief ‘wijffie’.

 

Na mijn vraag over het kapotte grijze afdichtknopje hoorde ik Nico opgelucht adem halen: ‘O, die?! Die heb ik nog wel liggen hoor. Geef je adres maar en dan stuur ik er één. Kosteloos, was dat. Zo ging dat vroeger.

 

Na een jaar ging het nieuwe knopje kapot en belde ik opnieuw met de fabrikant. Gelukkig was Nico er nog, dus dit keer was het supersnel geregeld. Binnen een dag lag er een envelop met het nieuwe knopje. Een bruine. Dat was niet de bedoeling: ik wilde persé een grijze, ik had een witte keuken met grijze accenten tenslotte. Dus belde ik weer met Nico. Ik hoorde hem zuchten, maar ook nu kreeg ik zonder mankeren binnen een paar dagen een nieuw, grijs, dopje.

 

Maar ook het nieuwe knopje begaf het binnen de kortste keren en zo kwam het dat ik Nico wel twee keer per jaar aan de lijn had. Uiteindelijk stuurde hij een envelop met vier knopjes erin en een briefje: zo kon ik even vooruit.

 

Die voorraad ging twee jaar mee. Weer belde ik, nu naar het directe nummer van Nico. Hij vroeg: ‘Hoe kan het toch dat die dopjes elke keer zo snel kapot gaan? Kun jij eens voor mij in je keuken gaan kijken, wijffie? Dat kon ik.

‘Kijk nou eens in het gaatje als het dopje er af is?’

Ik keek: ‘Ik zie een metalen piekeltje, een soort hefboompje’.

‘Een metalen piekeltje? Weet je dat zeker, wijffie?’

‘Ja hoor, duidelijk een metalen piekeltje, hoezo? Als het dopje er weer op zit, doet hij het toch?’

 

Ik hoorde hem zuchten en toen: ‘Die sukkels, altijd hetzelfde. Ze denken dat ze slim zijn, maar het installatieboekje lezen? Ho maar! Het staat er toch duidelijk in, maar néé hoor: het is het eerste wat ze overhouden, geen idee wat ze er mee moeten, dus hup: gooien ze het weg.’

Hij vraagt opnieuw: ‘Je ziet een metalen piekeltje, maar daar zit geen rubberen dopje op?’

Even is het stil, dan: ‘Een soort condoompje, zal ik maar zeggen, over het puntje?’

 

Door de telefoon heen kan ik hem zien blozen, arme Nico, dat heeft hij weer.

‘Geen condoompje te zien, Nico.’

Hij zucht van verlichting: ‘O, dat is het, dat is het al die jaren al geweest. Ik stuur je zo’n condoompje, dat moet om dat piekeltje en daarna pas een nieuw knopje. Dan blijft het goed, echt!’

 

‘Reuze bedankt, Nico’, zeg ik, ‘Ik ga dat allemaal doen, mooie dag nog.’

Hij hangt op voor ik verder nog iets kan toevoegen.

De volgende dag ligt er een envelop in mijn brievenbus. Met een ‘condoompje’ en vier afdichtknopjes. En een briefje: ‘Meer voorraad heb ik niet, die plaat wordt al tien jaar niet meer gemaakt.’

Mijn plaat deed het zonder problemen nog tot 2014….

 

Dankjewel Nico, dankjewel Evert en: dank jullie wel: vele, vele onzichtbare, maar hulpvaardige en kundige mensen op onvermoede plekken: onze Logistieke Pareltjes.

Nog een Coronkel lezen? Klik op deze link: Verhalen

Reageren op 'Reizend circus'? Stuur dan een email naar marianne@coronkels.nl